
Door de miezerige regen fiets ik naar de kapper in m'n oude buurtje. Het is er druk en tussen twee mannen die zwijgend in een tijdschrift bladeren neem ik plaats op een gammele klapstoel om te wachten op mijn knipbeurt. De kappersassistente geeft me een kopje koffie en als ik een slok neem valt het lawaai me op dat als een reutelende keukenketel komt aangewaaid uit de hoek waar de dames worden gecoiffeerd. Jong en oud, kapster en klant, de verzamelde dames kakelen een berg woorden bij elkaar van praatje pot, beppen, ouwenelen, nog een kopje koffie Naomi, lekker, en wat een klereweer.
Ultrasonisch
Als het mijn beurt is om in de mannenhoek door kapper Piet onder handen te worden genomen, wordt een vrouw die net uit een ultrasonische haarhelm is bevrijd op een stoel naast mij geplant. Onmiddelijk steekt ze van wal dat de wasbak niet goed staat en dat ook de krullers, knijpbranders, papilotten of weet ik welke dingen in haar haar zijn gedraaid toch net iets te strak zitten. Piet wil de wasbak verstellen maar ze zegt dat het toch wel in orde is en vervolgens wasemt ze een wolk woorden uit waarin ze vertelt dat ze al maanden op Texel woont en dat alles daar eigenlijk beter is, vooral de modezaken.
Lunchroom
Dan informeert ze waarom de lunchroom aan de andere kant van de markt eigenlijk al de hele zomer gesloten is en in één adem speculeert ze door dat dat komt omdat de zaken al een tijd lang minder goed gaan en dat er wellicht financiële problemen zijn? Kapper Piet grijpt in en meldt dat de mensen van de lunchroom deze zomer een maand in Frankrijk zijn geweest en verder niks bijzonders. Via de spiegel kijkt de vrouw Piet onderzoekend aan en ze vraagt hoe oud de kinderen van Naomi inmiddels zijn.
'Laura is 3 en Ralf is 5,' aldus kapper Piet.
'O ik dacht dat Ralf nog maar 4 was, maar hij is al 5.' Ze draait aan een haarlok die in een stuk zilverpapier is gewikkeld en ze kijkt naar zichzelf in de spiegel.
'Wat gaan de jaren toch snel hè. Is Ralf werkelijk al 5? Goh. Nou ja. Soms heb ik het idee dat je zo maar een jaartje overslaat. Raar is dat toch hè? 5 jaar al weer. Je gelooft het bijna niet.'
'Allejezus,' valt me opeens binnen. 'Kapper Piet moet dit gelul elke dag aanhoren.'
BlaftikAls ik na de kapper bij de vishandel uit Volendam nog een lekkerbekkie eet, komt er een vers gecoiffeerde dame binnen met een Maltezer leeuwtje aan de lijn.
'Ik sis en hij zit gelijk in de boom,' praat ze hardop in zichzelf. 'Raar beest.'
De vrouw kijkt me vlug aan, glimlacht lief en dan ... keft ze even. Ik weet eerst niet zeker of ik het goed hoor, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat zij en niet haar hondje heel even een hoog en hard blafje geeft. Oe.
Als ze verder de winkel in loopt en tussen de andere klanten voor de counter gaat staan, blijft ze in zichzelf praten. En verdomd, elke zin sluit ze af met een kort maar onmiskenbaar, doordringend hoog blafje.
'Ja, het is weer voor een visje. Oe. Gisteren was het niet zo slecht. Oe. En morgen. Oe. Wordt het weer beter.'
Ik geloof mn oren niet en als vrouw en hond de winkel weer verlaten en in het winkelend publiek opgaan, hoor ik haar geblaf nog zeker 20 seconden boven de mensenmassa uitkomen. God, ik hoop voor kapper Piet niet dat iedere praatneurose in een blafneurose eindigt, want dan is er werkelijk zwaar weer op til.