maandag 21 januari 2008

Dekjes

Simba

Van de week ben ik bij Bagels & Beans aan de praat geraakt met een kerel met een raar petje op zijn kop. Hij leek een beetje op Morgan Freeman en door de drukte kwamen we naast elkaar te zitten. We dronken koffie en Morgan legde uit z'n tas een korenblauwe dossiermap op tafel.
'Wil je wat dekjes horen?', vroeg de man nadat we een tijdje zwijgend naast elkaar hadden gezeten. Ik schrok er van.
'Wát wil ik horen?', reageerde ik een beetje assertief, misschien, want ik begreep hem niet.
'Dekjes,' zei Morgan, 'die ik gemaakt heb.'
'Sorry hoor, maar ik snap je niet.'
De donkere man wees op de blauwe map op tafel.
'Misschien wil je dekjes lezen,' vroeg hij. 'Mijn ge-dekjes.'
'Oh ge-dekjes.' Het kwartje viel. 'Ja hoor, ik wil best je gedichtjes lezen.'
Met een ontwapenende lach pakte hij de map van tafel. Hij trok er een velletje papier uit en gaf het aan mij.
'Lees maar,' zei hij. En dat deed ik.

Bijlmermeer

Je kunt buren
niet kiezen om hun kleur
of voor hun uiterlijk,
maar om hun gedrag.

als je met wetten
wil leven.

Dan moet je naar de Rechtbank
Hey, blanke man, Hey kaaskop
Ik ben zwart.

Wees een echte buur
Wij hoeven elkaar niet te mogen,

om toch vreedzaam
naast elkaar te kunnen leven.

Vrouwen verkrachten is verboden.
Het is tegen de wet,
maar zwart zijn niet.

Ja, ik ken mijn buren.
Ze zijn zwart net als ik,
want dit is de Bijlmermeer.

Wij strijden en wij bouwen,
De Bijlmermeer. Lieve Bijlmermeer.

Bericht
Onder het gedicht staat in krullende letters de naam van de schrijver: Wilbert Simba Bubuzi.
'Ben jij Wilbert?,' vraag ik Morgan.
'Ja, Wilbert Simba Bubuzi.' Mijn dichtende buurman kijkt me indringend aan. 'Wat vind je er van?'

Tja, goede vraag. Wat vind ik er van? Wat vind ik en hoe zeg ik dat zonder hem per ongelukkerwijs pissig te maken. Je weet maar nooit met die gasten uit de Bijlmer, of is dat een vooroordeel? Ik denk dat in het gedicht wel een bepaalde boodschap zit, maar ik weet niet of ik hem er uithaal.

Witten zijn racisten? Kaaskoppen zijn regelneven? In de Bijlmer wonen alleen zwarten? Is het gedicht een vraag om respect? Is ons samenzijn een vraag om respect?

'Je vindt het niet goed hè?'. De dichter wordt ongeduldig, ik denk te lang na. 'Het is niet goed hè?'
'Nou, dat hoor je mij niet zeggen.' zeg ik. Dit vind ik bijvoorbeeld wel een mooie zin. Ik lees een strofe uit het dichtsel voor.

Wees een echte buur. Wij hoeven elkaar niet te mogen om toch vreedzaam naast elkaar te kunnen leven.

'Aha, dat vind je mooi hè? Misschien vind je deze ook mooi.' Wilbert pakt een andere velletje papier uit de dossiermap en begint zijn schrijfsel tamelijk luid door lunchroom voor te dragen. Hij begint te hiphoppen.

Present

ik ben een leuke vent.

En ik zit in een tent.
maar ik heb geen cent.

maar ik ben present.

op zoek naar die ene cent.

maar ik krijg cement.
maar ik ben present.

op zoek naar die ene procent.
maar ik word niet verwent.

Bundel
Omdat het lied nog regelslang doorgaat zet ik een begeleidende beatbox in. Een paar jongedamestoeristen die een bagel met hüttenkäse inspecteren kijken geïnteramuseerd naar ons op. Als de dichtzanger zijn laatste regel er uithopt en ik de beatbox stopzet, klappen ze ons zachtjes toe. De dichter lacht zijn vriendenlach naar de meisjes en licht met vlakke hand even het rare petje van z´n hoofd.

'Weet je,' zegt Wilbert nadat we nog wat hebben zitten praten. 'Ik wil met schrijven m'n geld verdienen.'
'Dat is mooi,' zeg ik. 'Dat zou ik ook wel willen.'
'Als ik jou nu een paar gedichten meegeef ... als een blijvende herinnering aan dit gesprek ... dan kun jij me misschien iets geven zodat ik deze kop koffie kan betalen.' De vrijman gebaart naar tafel.
Ik zeg dat het goed is en de poëet begint een stapeltje gedichten te bundelen. Ik schud een vijfje uit m'n zak, geef de de dichter een hand en peer behoedzaam het vallende duister in.

Geen opmerkingen: