maandag 14 januari 2008

Restgedachten 2007

  1. Techniek leidt af van inhoud. Ik wil leuke dingen maken en niet voortdurend worden weggetrokken naar vragen over hoe je de leuke dingen maakt. Ik wil daar niet door mezelf door worden afgeleid en al helemaal niet door anderen.
  2. Gedachten van God is een mooie titel voor een studie over het Duitse idealisme.
  3. Mensen zouden eens wat vaker nee tegen zichzelf moeten zeggen, om te leren hoe ze beter nee tegen anderen kunnen zeggen.
  4. Als je gedachten een stad zouden zijn waar jij de baas bent, wie zou je allemaal toelaten en wie niet? Welke sfeer zou er hangen? Hoe zou je de boel inrichten?
  5. Jezelf wegcijferen, jezelf wegredeneren is een vorm van overmoed. De wegcijferaar veronderstelt immers dat hij/zij sterk genoeg is om zonder mee te tellen toch de moeite waard te kunnen zijn. Dan moet je verdomde veel vertrouwen hebben in je aangeboren gaves.
  6. Dagdromen worden pas fantasieën als de dingen niet meer kunnen. Jezelf voorstellen als een rijke patser die in een vette slee met een paar meiden met dikke tieten door de stad rijdt, is een dagdroom (of horrorscenario, hangt er van af hoe je in het leven staat, maar daar gaat het nu niet om). Bedenken dat je met diezelfde kar over de melkweg naar het volgende sterrenstelsel rijdt is een fantasie. Hoe weet je eigenlijk of dingen kunnen of niet?
  7. Psychofenomenologie: hoe de dingen van de wereld in je persoonlijke verbeelding en voorstelling leven.
  8. Significante anderen zijn de mensen die zo belangrijk voor je zijn dat je ze zelfs nog hoort praten als je niet bij ze in de buurt bent. Wie kom jij tegen in je gedachten? En wat zeggen ze?
  9. Wie je bent, de zelfdefinitie van identiteit, is de optelling van het aantal stemmen die in je gedachten praten en met name van hoe je die stemmen in bedwang houdt. Wie je denkt dat je bent is de consensus van de vergadering die significante anderen in je voeren. Is de vergadering chaotisch en onduidelijk, dan ben jij chaotisch en onduidelijk. De kwaliteit van je innerlijke gesprekken bepalen de kwaliteit van je identiteit.
  10. Mensen (meisjes?) die in de war zijn voorzien zichzelf graag van een psychologisch label (borderliner, manisch depressief) om toch iets als een coherente identiteit te kunnen uitdragen. Lastig is dat ze zichzelf vervolgens ook naar het label gaan gedragen, zodat het er op lijkt dat de psychologie nog gelijk heeft ook.

Geen opmerkingen: