zondag 27 april 2008

Dingen op een rijtje, The Next Web #04

Cut Out

Afbeelding: Screenpunk doet niet aan live bloggen en neemt graag de tijd om dingen op een rijtje te zetten.

Deel 4. Dingen op een rijtje

Wat is er anders geworden op het web sinds Kitty Gritty? Het meest makkelijk is om te zeggen dat Kitty Gritty een web 1.0 website was, terwijl internet nu tot web 2.0 is omgevormd. Maar dit zegt niets zonder enige toelichting.

Web 1.0
Web 1.0 betekende dat personen en organisaties op het web aanwezig moesten zien te komen met een website waarop informatie over personen, organisatie en produkten werd gegeven. Verder is een website uitgerust met formulieren zodat bezoekers van de website in contact kunnen treden met de eigenaar van de website, of met behulp van creditcard betaling een product kunnen bestellen.

Web 2.0
Web 2.0 staat voor on line delen van kennis en informatie en het bijzondere van web 2.0 is dat je de dingen van de mensen op het web wereldwijd relatief eenvoudig beschikbaar kunt laten maken door interessegroepen. Voor elkaar, door elkaar, het mag niet bommen wat.

Google
De zoekmachine Google is één van de eerste die web 2.0 principes in het hart van de technologie heeft gesloten. Google is niet alleen het internet gaan afschuimen om te kijken welke informatie wordt aangeboden, maar is de linkjes die websites naar elkaar opnemen gaan beschouwen als aanbevelingen van webgebruikers over die informatie. Google is de eerste die gebruikersvoorkeuren is gaan gebruiken bij de ordening van informatie die op het internet te vinden is (dit heet pageranking). Het klinkt misschien een beetje triviaal, maar als je bedenkt dat dit idee van Google een miljardensucces heeft gemaakt, is het misschien wat makkelijker voor te stellen hoe belangrijk het voor webontwikkeling is dat voorkeuren, wensen en activiteiten van webgebruikers mee te nemen in de richting van ontwikkeling.

CMS
Verder is het beschikbaar worden van Content Management Systemen een belangrijke push in de ontwikkeling van web 2.0 geweest. Content Management Systemen maken het mogelijk dat de productie van informatie voor het web los komt van de technische ondergrond van het web. In de klassieke web 1.0 website was het vrij lastig om zonder tussenkomst van een webmaster informatie op internet gepubliceerd te krijgen. Met de introductie van Content Management Systemen zijn basiscomputervaardigheden voldoende om produkt- en personeninformatie op het wereld wijde web te publiceren en publicaties te onderhouden.

Bloggen
Met het toepassen van Content Management Systemen in publieke publicatieplatfomen heeft het webloggen (bloggen) een sprong kunnen maken in de vaart der volkeren. Een ieder kan inmiddels zonder al te veel inspanning zijn zieleroerselen, aantekeningen, nieuws en weetjes op het web publiceren en voorzien van een plaatje dat al dan niet met de eigen digitale camera is geschoten. En - belangrijk voor de gemeenschapsvorming - een ieder die er behoefte aan heeft kan op blogpagina's een reactie achterlaten en desgewenst een reactie op een reactie geven.

Flickr en YouTube
Het gemak van Content Management heeft verder toepassing gevonden in het plaatsten van andere mediaformaten dan tekstuele berichten. Op Flickr.com kan iedereen eenvoudig foto's en afbeeldingen plaatsen en op YouTube kan dat met videofilmpjes. Naast het plaatsen van eigen afbeelding kunnen gebruikers elkaars uitingen kunnen bekijken en beluisteren. Bovendien kunnen ze op de websites themagroepen met elkaar beginnen waarin bestaande expressies kunnen worden ondergebracht.

Sociale gemeenschap
Principes van eenvoudig Content Management zijn eveneens toegepast op websites waar niet de uititingen en expressies van webgebruikers centraal worden gezet, maar de gebruikers zelf. De gebruikers kunnen iets over zichzelf vertellen, portretten en C.V. informatie plaatsen en van daaruit netwerken van vrienden, kennissen, familie en andere relaties samenstellen.

Van alles en nog wat
De mogelijkheden van Content Management worden inmiddels op elk denkbaar gebied toegepast. Op Ebay en Marktplaats kan iedereen van alles verkopen. Op Swivel kunnen gebruikers grafieken en tabelletjes met elkaar delen. Op Slideshare kunnen mensen hun powerpoint presentaties publiekelijk maken.

Muziek
Eén opmerkelijke omissie, hoewel uitwisseling van muziek een van de belangrijke activiteiten op internet is (de muziekindustrie zegt aan het illegaal downloaden kapot te gaan) zijn er geen grote belangrijke sites waar zelfgemaakte muziek aangeboden en gedeeld kan worden. MySpace en Hyves hebben wel specifieke voorzieningen voor muzikanten en bands. En op YouTube bieden wel veel bands hun videoclip aan, maar populaire sites waar bands en muzikanten presenteren en in interessegroepen delen zijn er niet. Op Last.fm kun je muziek van anderen delen. Muxtape.com doet wel iets met mixes. En Tunefeed.com doet met wat YouTube met video doet, maar de site staat nog in hele grote kinderschoenen. How comes that?

Syndicatie
Een andere belangrijke technische ontwikkeling van de afgelopen jaren is dat van de zogenaamde RSS-feeds. RSS staat voor Real Simple Syndication of ook wel Rich Site Summary.

Een RSS feed is niets anders dan een overzicht van artikeltjes (of foto's, of video's, of grafieken) die op een blog of een website zijn geplaatst. Het handige van RSS overzichten is dat ze makkelijk op andere websites kunnen worden opgenomen en zo kan dus de inhoud van de ene website makkelijk op een andere website bekend worden gemaakt.

Een karakter met oeuvre
Waar komt de verandering van de overgang van web 1.0 naar web 2.0 op neer?

Met de komst van eenvoudig te gebruiken, maar onder de motorkap complexe en hoogwaardige netwerktechnologieën is het is voor webgebruikers makkelijk geworden leuke dingen op internet te doen. Dat ´doen´ bestaat eigenlijk uit drie activiteiten:

  • Van alles en nog wat publiceren
  • Reageren op wat anderen publiceren
  • 'Publicatiekringen' vormen met mensen die publiceren en op elkaar reageren. Dergelijke sociale kenniskringen kunnen uitsluitend on line bestaan, maar kunnen uit het echte leven voort komen of er een vervolg krijgen

De gebruikerservaring van internet is afgelopen jaren enorm veranderd. In web 1.0 is de webgebruiker een passieve klikker die achter z'n webbrowser gemakkelijk informatie kan inwinnen. In web 2.0 wordt de gebruikers steeds meer een actieve publicist die andere webgebruikers op allerlei manieren en in allerlei frequenties van alles en nog wat wil laten kijken/lezen/weten.

De webgebruiker bouwt niet alleen een of meerdere webkringen op, maar ook een internetgeschiedenis, een interactiestijl, een webidentiteit met een oeuvre en reputatie. De internetgebruiker wordt meer en meer een 'persona', een identiteit, een karakter op het podium van het wereldwijde web.

theNextWeb

dinsdag 22 april 2008

Kitty Gritty, The Next Web #03

KittyGritty

Afbeelding: Screenpunk overweegt alsnog van z'n vorige internetstartup een t-shirt te maken.

Deel 3. Kitty Gritty

Verdomd als het niet waar is. Ben ik op een conferentie, kom ik Shopi tegen. Mijn main man met wie ik in de dotcom-tijd (aka web 1.0) een paar aardige centen heb verdiend. Ik heb hem al zeker 3 jaar niet gezien en ben enigzins verrast m'n oude partner in crime weer tegen te komen. En dan juist hier. Op The Next Web.
*Jij hier?*
*No shit.*
*Spunk man, ik dacht dat je in Honolulu zat,* reageert Shopi misschien nog wel verbaasder dan ik.
*Nee joh. Ben alweer maànden terug.*
*En wat schoet jij hier?*
Shopi wrijft de nokkels van zn rechterhand in de palm van zn linker.
*Ja, het bloed begint te kriebelen, hè.*

Goed idee!
Shopi gaat op een stoel naast me zitten en hij vertelt dat hij op zoek is naar nieuwe business. Ik ook.
* Wat is The Next Web eigenlijk?
* Het volgende web.
* En wat is het volgende web?
* Web 2.0.
* En wat is web 2.0?
* YouTube. Flickr. Communities. Social sharing.
* Bloggen. Twitter.
* Makkelijke technologie om dingen te doen
* Maar dat is toch allemaal het huidige web al. Alleen heeft nog niet iedereen dat in de gaten.
* En wat is dan de Next Web?
* Het volgende Web?
* Web 3.0
* Ik heb een artikeletje gelezen waarin beweerd werd dat het volgende web het semantische web is.
* Wat is het semantische web?
* Geen flauw idee. Alles hangt met alles samen of zoiets?
* Klinkt goed.
* Misschien dat we samen weer eens wat kunnen oppakken
* Tja, misschien ja.*
* Eerst maar eens een beetje idee zien te krijgen.*
* Een goed idee ja.*

ADHDessi
Op het podium krijgt ene Adeo Ressi de microfoon. Hij begint aan een voordracht over hoe je als beginnend internet bedrijf het best te werk kan gaan als je geld van een Venture Capatilists (risicoinvesteerder) nodig hebt.

Ressi is een nogal expressief type en zwaait met z'n armen op het podium rond als een ledenpop. Ik zou niet gek opkijken als hij @home ADHDessi wordt genoemd.

Zijdelings kijk ik naar Shopi en ik zie dat hij z'n aandacht op Ressi vestigt. Is helemaal goed. Shopi was destijds bijzonder kien bij de onderhandelingen. En hoe kan ik het zeggen? Shopi snapt hoe je van een idee geld kan maken, zeg maar. Ik snap dat ook wel, maar dan anders.

Kattenbakkorrels
Ressi gooit allerlei inspirerende plattitudes en evidenties de zaal in en m'n gedachten dwalen af naar een kleine 10 jaar geleden toen we een website verkochten aan een groot-industrieel, ja ja. Internet was helemaal hot en alleen idioten hadden niet in de gaten dat de markt overhyped was. Shopi en ik waren mateloos geboeid en tijdens een avondje doorhalen besloten we om te kijken hoe ver we de grenzen van het absurde konden oprekken door kattenbakkorrels via internet te verkopen.

Kattenkorrels kwamen ons voor als een volledig ongeschikt internetprodukt. Losse kattenbakkorrels zijn weliswaar niet groot, maar het leek ons ten ene male onmogelijk ze via de kabeltjes en computers van internet aan te leveren, dus het leek ons ook zeer onwaarschijnlijk dat je daar digitaal ook iets mee zou kunnen verdienen, laat staan veel verdienen. Nu ja, om zulke dingen konden we toen heel hard lachen en zo zijn we aan de slag gegaan. Als het wat zou kunnen opleveren, zou je het in het gelul er omheen moeten zoeken, de verkooppraatjes.

Kittygritty.com
Als eerste stap hebben we kittygritty.com geregistreerd en omdat wie A zegt ook B moet zeggen, zijn we ons idee verder gaan uitwerken. We hebben een website in elkaar gezet met heel veel plaatjes van katten, leeuwen en tijgers er op.

En daarbij hebben we een formulier geplaatst met de vraag wat mensen nou zo geweldig aan poezen en katten vinden. Wat voor eten ze de beesten geven? Hoe vaak en welke kattenbakkorrels kopen? En allerlei quasi geïntereseerde onzin meer.

*Get funded for your dream,* roept Ressi door de zaal.

Groeimarkt
Toen hebben Shopi en ik een verkooppraatje bedacht, dat ongeveer als volgt in elkaar zat.

Poezen en katten zijn een enorme groeimarkt en dat komt omdat er in de wereld steeds meer vrijgezellen bijkomen, mensen die op zichzelf gaan wonen en die het maken van een partnerkeuze uitstellen. Deze singles, en met name de vrouwelijke singles, hebben wel een permanente behoefte aan gezelschap in de buurt en deze behoefte vullen ze in door een substituut partner en substituut kind te nemen: de huiskat.

*Everyone is waiting for your big idea,* beweert ADHD ondertussen op het podium.

Katten zijn dé groeigadgets de komende jaren en wat groeit mee met een groeiende kattenpopulatie? Inderdaad kattenvoer en kattenbakkorrels. Nu is de tijd om alles aan de weet te komen over deze nieuwe bewoners in de westerse huishoudens. En wij bieden een nieuw medium om deze nieuwe markt te ontginnen: www.kittygritty.com.

Customerbase
De meeste moeite van onze internetonderneming hebben we uiteindelijk gestoken in het samenstellen van een 'marketingpopulatie'. Ik denk dat we drie maanden onafgebroken zijn bezig geweest om een 'klantendatabase' samen te stellen. Uiteindelijk is dit een lijst geworden van een half miljoen emailadressen die we willekeurig van het internet hebben geplukt. De customerbase noemden we de lijst, ook wel 'ons marktpotentieel'.

We hadden geen idee wie of wat er achter de mailadressen schuilden, of de mailadressanten single waren of niet, of ze huisdieren hadden of niet, of ze iets met ons van doen wilden hebben of niet. We wisten eerlijk gezegd geeneens of er mensen achter de e-mailadresen schuilden of machines.

Internetmediapakket
In ieder geval hadden we binnen een halfjaar ons internetmediapakket samengesteld: een pakkende domeinnaam, een visueel aantrekkelijke website, een customerbase en een toolset om de customerbase te marketen. Uniek in z'n soort, flexibel in z'n mogelijkheden!

Via een kennis van een kennis die bij een reclamebureau werkte kwamen we in contact met een marketingjongen uit de voedselbranche en ja, hij was geïnteresseerd in wat de mogelijkheden van internet voor zijn business waren en ja, hij had een budget waar hij mee kon experimenteren. Als wij hem kant en klaar iets konden leveren, zonder verdere verplichtingen en contracten, was hij zeer geïnteresseerd.

Viruteel kindje
Nou daar moesten we even over nadenken natuurlijk, bedacht Shopi, en dat vond ik geniaal. Kittygritty.com was inmiddels wel ons 'virtuele kindje' geworden en daar wilden we niet zomaar afscheid van nemen.

Dat begreep de marketingjongen en na een week kwam er een voorstel waarmee hij alle bezwaren uit de weg hoopte te nemen. Hij bleek zeer doortastend, had gevoel voor experimentele economie en een week later waren de overdrachtspapieren in orde.

Wij hadden eigenlijk maar oog voor één ding, of eigenlijk twee. Naast de hoogte van het bedrag waakten we er voor, dat we achteraf inderdaad op geen enkele wijze verantwoordelijk gehouden konden worden voor de geleverde data, marketinginstrumentarium, webhype of wat dan ook. Een project sluit je altijd het lekkerst af zonder overgebleven balast.

T-shirts
Ja, ja, het was wat in de kattenbakkorreltijd. Ik denk dat het woord 'virtueel' uiteindelijk de doorslag heeft gegeven in de onderhandelingen. Ik en mn broeder hebben na de deal een half jaar blauw gelegen aan de toog van de kroeg op de hoek. Toen ben ik naar Azië gegaan en ben ik in een boedhistisch dorp ondergedoken om weer tot mezelf te komen.

*When you have an idea, now is the time,* roept Adeo Dessi vanaf het podium. Dat geeft moed.

En Kitty Gritty? Onze marketing grid? Van de grootindustriële marketingjongen niet veel meer gehoord. Ik zag hem laatst in een of ander opinieprogramma op TV. Daar praatte hij als directeur van een grote relatiewebsite, vrienden zoeken vrienden, of zoiets.

*Misschien is het een goed idee om alsnog t-shirts van KittyGritty te maken,* zeg ik tegen Shopi om te kijken of mn oude vriend nog een beetje scherp is. Hij lacht.
*Tja wie weet. Kunnen we misschien nog wat virtuele modellen meeleveren om de verschillende maten op uit te proberen.*

Ach, en wie ben ik om dat geen goed idee te vinden.

theNextWeb

vrijdag 18 april 2008

Het Vloeibare Web, The Next Web #02

Liquid Web

Afbeelding: Screenpunk ontdekt het Vloeibare Web, april 2008, Transformatorhuis, Amsterdam.

Deel 2. Het Vloeibare Web (The Liquid Web)

Op het podium krijgt Erick Schonfeld de microfoon. De bebrilde krullenkop werkt voor TechCrunch, zo te horen een tamelijk toonaangevende weblog voor berichtgeving over internetaangelegenheden. Schonfeld is de gespreksmoderator van de conferentie en volgens hem zullen naast allerlei sprekers de komende dagen ook allerlei vragen door de zaal vliegen. De grote vraag die volgens hem boven de conferentie hangt is:

How do we make money with the blown up web page?

Oud en nieuw
In rap Amerikaans licht Schonfeld toe wat hij bedoelt. Ik probeer er hout van te breien en kom op het volgende uit:

Op internet in de oude situatie (web 1.0) is 'de website' het centrale punt van distributie van informatie. Op een website wordt informatie over produkten, services en organisatie gebundeld in een verzameling webpagina's. Het het publiek kan die pagina's doorzoeken en de dingen er uit halen die ze van belang achten. De informatie is op één plek te vinden, de vendor biedt op één website specifieke produktinformatie aan, en kan geld proberen te verdienen door de webpagina's te omlijsten met advertenties, doorkliklinks, marketing pop ups, banners en allerlei andere reclameuitingen.

Met de komst van web 2.0 technieken (XML, RSS) is het mogelijk geworden om informatie die op een specifieke website wordt aangeboden even makkelijk ook op een andere website te tonen, zelfs op meerdere websites tegelijk. De vraag is dan, als webgebruikers de informatie ook daadwerkelijk op andere sites dan de jouwe tot zich nemen, is hoe je de informatie nog commercieel kunt inlijsten om er voor zorgen dat de financiële revenuen die met de vertoning zijn gemoeid naar jouw terug vloeien?

*you know*

Onsterfelijkheid
Na Schonfelds introduktie komt op het witte doek boven het podium een korte film over hoe het web 'onsterfelijkheid' mogelijk maakt. Ha! Daar heeft Screenpunk ook al eens iets over geschreven. Het inzicht was toen dat het web een soort eindeloze aanwezigheid van webgebruikers in digitale media mogelijk maakt, maar dat er in de wereld nog geen duidelijke concepten zijn hoe je dat kunt realiseren. De nogal sferische beelden op het witte doek brengen hier ook geen opheldering over en als de animaties over vermeende immortaliteit voorbij flakkeren dwalen m'n gedachten terug naar de opgeblazen webpagina van Schonfeld.

Vloeibaar
Mijn indruk is dat webpagina's niet alleen zijn opgeblazen, versplinterd en gefragmenteerd, maar ook vloeibaar zijn geworden. Mijn persoonlijk iGoogle pagina bijvoorbeeld - al weer een jaar mn homepage - is op de keper beschouwd een verzameling kijkgaten met vloeibare inhoud: een venstertje met blogberichten, een kijkgat op de inbox van de mail, een blokje actuele nieuwsberichten, weergave van het weer de komende dagen en een blokje met de standen van de maan.

Webtop #15

De inhoud van de blokjes veranderd voortdurend, net als het geouwehoer van de mensen om me heen op een netwerkborrel, mn gedachtenstroom als ik een film kijk en de mailtjes in mn mailbox. In m'n nieuwsvensters komen de hele dag door nieuwe berichten binnen. Nieuwe twitters fluiten om de 3 minuten mn Twitterbox binnen en oude verdwijnen er geruisloos weer uit. Zelfs de topillustratie van vosje past zich aan aan het uur van de dag. sMiddags vaart hij in een bootje. sAvonds voert hij stukken brood aan de eentjes. En snacht slaapt hij op een matje op de veranda van het theehuis.

Productie
En verder gebruik ik de blokjes niet alleen om informatie tot me te nemen, ook gebruik ik ze om informatie te produceren en met anderen te communiceren. Ik schrijf er m'n weblogjes, ik verstuur m'n mailberichten, in de het notitieblok bereid ik m'n blogartikelen voor en ook verstuur ik m'n Twitters uit een iGoogle blokje.

Metafoor
De webpagina is niet alleen vloeibaar omdat de inhoud van de samenstellende delen voortdurend veranderd, maar de metafoor sluit ook goed aan op de dynamiek van de informatiestromen op internet. De ervaring van de vloeibaarheid van het web wordt ook beter voelbaar omdat het steeds makkelijker wordt om vanaf de webpagina´s in de dynamiek onder te duiken en als interactieve webentiteit aanwezig te zijn.

The Next Webguru
Posh, dat zijn behoorlijke volzinnen die door mn hoofd vliegen, ik lijk wel een intellectueel. Een moment lang denk ik zelfgenoegelijk dat ik misschien wel talent heb om webguru te worden. The Next Webguru. Misschien dat ik daar mn internet start up van moet maken. Dan is de film afgelopen, wenst Schonfeld iedereen veel plezier de komende dagen en wil ik me omdraaien om me alsnog aan m'n achterbuurman voor te stellen.

*Hé Spunk* wordt er spontaan van de zijkant geroepen. In het gangpad naast de stoelen zie ik Shopi op me afkomen. Ach jezus, een bekende.
*Hé Spunk man. Jij hier. Ik dacht dat je in Azië zat.* Heb ik weer. Net als ik m'n nieuwe netwerk wil opstarten, word ik daarin afgeremd door het oude.

theNextWeb

maandag 14 april 2008

Aan het werk, The Next Web #01

Avatar #05

Afbeelding: Screenpunk wordt gefotografeerd op The Next Web, 3 en 4 april 2008, Westergasfabriek, Amsterdam. Screenpunks aantekeningen over de internetconferentie worden de komende dagen geblogd op Screenwork.nl.

Deel 1. Aan het werk.

De afgelopen jaren heb ik een beetje zitten slapen als het om internetontwikkeling gaat. Er was eerlijk gezegd ook niet veel reden om iets te ondernemen. Net voordat de dotcomhype in 2000 in elkaar flikkerde heb ik een niet ongunstige slag geslagen met de verkoop van een marketingportal. De afgelopen jaren heb ik daar rustig aan van kunnen doen, maar omdat inmiddels is de bodem van het beursje in zicht en de kachel moet blijven roken, dient de boel weer in beweging te komen. Sinds een paar weken probeer ik feeling te krijgen met de altijd hyperdynamische webmarkt. Omdat je altijd maar het beste kunt doen wat iedereen doet om op goede ideeën te komen, maar dan anders, heb ik me op web 2.0 gericht. Ik blog inmiddels bij Blogger, google bij iGoogle en twit bij Twitter.

Netwerktijgeren
Op Twitter heb ik over The Next Web gehoord, op Twitter hoor je van alles. Niet alleeen dat op de conferentie cutting edge inzichten over internet aan bod zullen komen, er zal ook voldoende gelegenheid zijn om te *netwerken*. Dat is mooi, want zonder de juiste contacten in de wereld kom je natuurlijk nergens. Wel zal ik het netwerktijgeren een beetje moeten oefenen. De strakke marketingdialoog ben ik de afgelopen jaren kwijtgeraakt. En de mensen met wie ik de laatste tijd via het web contact heb blijven verborgen achter de profieliconen en schermnamen van de internetprogramma's. Dat werkt ook niet mee. Maar ik heb enorm veel zin om m'n communicatieve voelsprieten weer eens uit te steken naar mensen van vlees en bloed. Misschien dat ik zelfs een paar van mijn iconen in de poppetjes van hun ogen kan kijken om eens te zien hoet het is om in levende lijve met elkaar te tjilpen.

Twittericonen
Bij binnenkomst in het Transformastorhuis denk ik al een paar Tweets te herkennen. Volgens mij staat Mariz daar kaartjes voor een of ander iets uit te delen. Vanochtend heb ik via Twitter gevolgd hoe ze met de tram naar de Westergasfabriek is gereisd en onderweg op het Leidseplein kwam vast te zitten. Een gozer met een bril die voorbij loopt is volgens mij Whiplash uit Gent, België. Op Twitter liet hij vanochtend weten dat hij al gangsterrappend met een maat onderweg was naar Amsterdam.

Ik heb direct de neiging m'n Twittervrienden aan te spreken, maar doe dat niet. Op een conferentie wil je niet al te eager over komen, nietwaar, maar cool. Eerst de stroom der dingen maar eens op gang laten komen.

Transformatiezaal
*We don't have t-shirts* roept iemand achter me als ik met een grote kop sterke koffie de sprekerszaal binnenloop. Hier zullen vroeger de transformatoren wel hebben gestaan. Er tintelt geroezemoes door de zaal. Sommige confreristen zitten met elkaar te kletsen. Anderen kijken welwillend in het rond. In de zaal houdt zich ook een kudde prototypische nerds op. Met gekromde rug buigen zich over de kleine computertjes die ze op hun schoot hebben gestald en tikken semi-autistisch op de toetsenborden alsof hun leven er van afhangt. Ik wist niet dat er vandaag gewerkt moest worden.

De grote zaal is afgesloten met houten luiken en wordt verlicht door enorme theaterlampen die aan het zeker 15 meter hoge plafond zijn gemonteerd. Ik zie nog geen stoel waar ik wil zitten, of een persoon waar ik naast wil zitten. Het lijkt me een zaalplaatsingstactische zet om ergens aan de zijkant wat meer naar voren in de schaduw van de spotlights een stoel te zoeken. Niet te dicht naast iemand, ik heb geen zin in mensen op m'n huid, maar ergens waar ik freestyle een beetje om me heen kan kijken.

Verbonden
Vrijwel onmiddelijk neemt iemand achter me plaats en begint met z'n voet tegen mijn stoel te tikken. Heb ik weer, een tikneuroot. Om niet gelijk straf over te komen, draai ik me om naar de gozer en vraag vriendelijk of hij misschien tegen m'n stoel aan het tikken is. Nee, dat doet hij niet. Hij kijkt naar mijn stoel en de stoelen naast de mijne en constateert dat de stoelenrij met beugels met elkaar verbonden zijn. Verderop zitten een paar gasten te praten en daar schud ik mee mee.

*That's the network idea probably* zegt m'n achterbuurman gevat.
*Yes, you're right* zeg ik terug. *When somebody kicks, everybody is shaking.* Ik merk het al, het ijs met de achterbuurman breekt, mn eerste nieuwe netwerkcontact zit er aan te komen. Op de stoel naast hem ligt een filmcamera, dat is een mooi gespreksonderwerp. Maar net als ik hem wil vragen of hij voor zichzelf filmt of voor een bedrijf, stapt een organisator in een wit pak met veel kabaal het podium op om de conferentie te openen. Nu ja, dat gesprek komt zo direct wel.

Op de stoelen liggen een paar ballonnetjes met het logo van The Next Web. Ik steek ze in m'n zak, daar kan ik vast een leuk fotootje van maken voor Screenworks weblog.

theNextWeb